
De gevolgen voor alle berggebieden en daarbuiten als gevolg van de toepassing van de IMU-belasting zijn bijzonder zwaar.
De economische, sociale en fiscale consequenties zijn dramatisch. Er is politieke eensgezindheid nodig om de gevolgen te herstellen van een tegenstrijdig vonnis dat gebaseerd is op een gebrekkige kennis van de sector en op een van oorsprong ondeugdelijke wet.
De hele bergwereld, van de Alpen tot de Apennijnen, komt in actie tegen arrest 4541 van het Hof van Cassatie, dat kabelbaaninstallaties degradeert van een openbare vervoersdienst – en dus van openbaar nut – tot commerciële activiteiten ten dienste van de skipistes, waardoor zij verplicht worden tot het betalen van de IMU.
“Federfuni Italia benadrukt de absolute tegenstrijdigheid van dit vonnis, dat ongetwijfeld het gevolg is van een gebrekkige kennis van de specifieke kenmerken van de sector en van de fouten die oorspronkelijk zijn gemaakt bij de uitvaardiging van de wet uit 2006, en spreekt de vaste wil van de Vereniging uit om alle mogelijke wegen en acties te bewandelen om de niet alleen economisch volstrekt onhoudbare gevolgen te voorkomen – niet alleen voor de uitbaters van de skiliften, maar voor de gehele bergeconomie.
Het vonnis is onjuist omdat het aan kabelbaaninstallaties een “overwegend commerciële waarde boven die van een openbare dienst” toekent. Dit is in volledige tegenspraak met de nationale en regionale sectorwetgeving en ook met de Europese regelgeving, die kabelbaaninstallaties allemaal beschouwen als openbaarvervoerinstallaties in concessie.
Kabelbaaninstallaties zijn openbaarvervoerinstallaties in concessie die diensten van algemeen belang verrichten!
Kabelbaaninstallaties worden gelijkgesteld aan onroerend goed, maar dat zijn ze niet; een onroerend goed, ook een industrieel pand, blijft bestaan en stijgt in de loop der tijd in waarde, terwijl een bouwwerk bestemd voor een kabelbaaninstallatie enkel en alleen ten dienste van die installatie wordt gerealiseerd en, alleen indien nodig, blijft bestaan zolang de installatie in bedrijf is, waarna het samen met de installatie zelf moet worden ontmanteld.
Men realiseert zich niet welke negatieve gevolgen deze absurde maatregel heeft: allereerst van economische aard, want naast de IMU die op de rekeningen van de liftmaatschappijen zal drukken – zij het in reeds afgezwakte mate na het antwoord van het Ministerie tijdens het “vragenuurtje” – wordt verwacht dat hieraan andere administratieve en fiscale overwegingen zullen worden gekoppeld die onhoudbare en verwoestende gevolgen zullen hebben.
Een ineenstorting van een zeer hoog percentage bedrijven valt te verwachten, wat tot hun sluiting zal leiden met ingrijpende gevolgen voor de economie van complete berggebieden – een economie die vrijwel uitsluitend draait om het toerisme dat door de kabelbanen wordt gegenereerd, en het wintertoerisme in het bijzonder.
Er tekenen zich ook op sociaal vlak dramatische gevolgen af, voor de werknemers van de kabelbaanbedrijven die zonder werk en zonder sociale vangnetuitkeringen komen te zitten, maar ook en vooral het werk van iedereen die in de keten rond de kabelbanen actief is zal wegvallen, met een werkelijk ontwrichtend domino-effect.
Wij vragen ons af, en vragen de lezer zich voor te stellen, hoe al deze mensen aan ander vervangend werk geholpen moeten worden in gebieden die op industrieel vlak vaak achtergesteld zijn en met ontvolking worden bedreigd.
Wij vragen ons af of het overigens wenselijk en voordelig is om mensen met eventuele vormen van uitkeringen te onderhouden – die zoals gezegd momenteel niet eens voorzien zijn – in plaats van keuzes te maken ten gunste van het bedrijfsleven en het in stand houden van hun bedrijvigheid.
Tot slot mogen de aspecten met betrekking tot de fiscale gevolgen niet worden onderschat: de exploitatie van kabelbaaninstallaties genereert directe en indirecte belastinginkomsten. Ze draagt btw (IVA), vennootschapsbelasting (IRES), regionale productiebelasting (IRAP), sociale premies (INPS) enz. af aan de Staat.
Recente macro-economische studies hebben bevestigd dat 1 euro die aan een skipas wordt uitgegeven, in de afgeleide economie van de bergplaatsen 8 tot 12 euro genereert.
Wij nodigen het Ministerie van Economische Zaken daarom uit om een zorgvuldige analyse in deze zin uit te voeren, waarbij wij vooraf aangeven – en ons beschikbaar stellen voor samenwerking – dat naar onze mening de bovengenoemde negatieve effecten die dit vonnis, indien bevestigd, zal veroorzaken, vele malen erger zullen zijn dan de verwachte nieuwe belastingopbrengsten uit de IMU.
Men riskeert de ondergang van een volledige economische sector, wat volgens ons niet te wijten is aan de wil van de Regering, maar uitsluitend aan een van oorsprong ondeugdelijke wet en aan een misleidende en oppervlakkige lezing van de kwestie door het Hof van Cassatie.
Er is daarom dringend behoefte aan opheldering en een spoedmaatregel die bevestigt wat altijd al voor onze sector gold, door deze – zoals het hoort – weer onder te brengen in de context van het openbaar vervoer.
Het is dan ook onmisbaar om een kwestie die van zo’n vitaal belang is voor de berggebieden en voor ons hele land terug te brengen naar een correct, concreet en sereen politiek debat.
Federfuni Italia spreekt daarom de hoop uit dat er, net zoals in het verleden al is gebeurd bij andere kwesties van fundamenteel belang voor de Italiaanse bergen, een brede politieke eensgezindheid wordt gevonden ter ondersteuning van de Regering, op zoek naar concrete en positieve oplossingen voor een wet die jaren geleden verkeerd tot stand is gekomen.
Federfuni zal zich daarom in deze zin inzetten binnen de juiste politieke gremia, bereid tot een concrete en daadkrachtige ondersteuning van alle technische en politieke geledingen.


Nog geen reacties